(de website wordt momenteel gereorganiseerd)

bcbgfttere TEST

Logo Krap, Fi

 

Foto Filia
Nederlands hieronder

 

 

 

I’ve studied at art school St. Joost, Breda (The Netherlands); majored in sculpture and site specific projects. After St. Joost, I’ve studied at the Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, a postgraduate; the department of Photo-Graphic Media.

After having done ‘normal’ art, mostly related to architectural space, I wanted to bridge the gap of being an artist as well as a citizen. I’ve concentrated on political activism – direct democracy to be precise (advocates of popular initiative and referendum). This culminated in a political art project to rewrite the EU Constitution. I had to abandon this project because it turned out that, although artists can do a little bit of everything, good project management is a whole different ball game.

Given the current economical / political / social conditions in the EU, it seems to me that certain topics are still not really resolved. So I plan to involve myself in these topics again.

In The Netherlands, there’s currently a debate that artists do not reach out enough to the ‘laymen’ (i.e. those of us in the community who are not professionally involved and/or trained in the art field). Those of us in the artistic community who believe that art deserves no other explanation than the work itself, have a point. Visual art is visual art is visual art. (A rose is a rose is a rose – Gertrude Stein)

But then again, I enjoy sharing my ideas of my work with anyone who is interested. There are sensitive and intuitive people everywhere, and if I manage to explain well – or rather: communicate well, they can share something back that I hadn’t thought of before. Usually, I appreciate suitable observations to my work. ;-)

I plan to get rich and famous by doing art projects that make the world a bit better. And it works the other way around too – fame and wealth are good aids to get points across. Oh, and let’s not forget – paying my taxes means I contribute to my society. Or – is it all really just about power?

Dazzle them with brilliance or baffle them with bullshit.

Have fun!

 

– – –
Ik heb gestudeerd aan de kunstacademie St. Joost, Breda en ben afgestudeerd in Beeldhouwen en Monumentale Vormgeving. Na St. Joost heb ik gestudeerd aan de postacademie de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam. Daar heb ik de richting FotoGrafische Media gevolgd.

Na ‘gewone’ kunst gemaakt te hebben – meestal in relatie tot architectonische ruimte – wilde ik de kloof overbruggen tussen zowel kunstenaar als burger te zijn. Ik heb me gericht op het politieke activisme: directe democratie om precies te zijn (voorstander van het bindende referendum op volksinitiatief). Dit resulteerde in een politiek kunstproject om de EU-grondwet te herschrijven. Ik heb dit project moeten verlaten; hoewel kunstenaars alles een beetje kunnen bleek goed projectmanagement heel andere ‘koek’ te zijn.

Gezien de huidige economische / politieke / sociale situatie in de EU, lijkt het mij dat bepaalde thema’s nog steeds niet echt opgelost zijn. Ik ben daarom van plan mijzelf opnieuw aan deze onderwerpen te verbinden.

In het huidige Nederlandse debat wordt gesteld dat kunstenaars zich niet toegankelijk genoeg zouden opstellen voor ‘leken’ (voor hen in onze gemeenschap die niet professioneel betrokken zijn bij, en/of niet getraind zijn in het kunstenveld). Diegenen onder ons in de kunstgemeenschap die vinden dat kunst geen andere uitleg behoeft dan het werk zelf, hebben een punt. Beeldende kunst is beeldende kunst is beeldende kunst. (Een roos is een roos is een roos – Gertrude Stein)

Aan de andere kant houd ik ervan mijn ideeën te delen met iedere geïnteresseerde. Er zijn gevoelige en intuïtieve mensen overal, en als het mij lukt om goed uit te leggen – of beter gezegd: goed te communiceren, kunnen zij iets teruggeven waar ik nog niet eerder aan had gedacht. Ik sta meestal open voor goede feedback op mijn werk. ;-)

Ik ben van plan rijk en beroemd te worden door kunstprojecten te doen die de wereld een beetje beter maken. En andersom geldt het ook: roem en rijkdom zijn goede hulpmiddelen om je punt te maken. Oh, en laten we niet vergeten – belasting betalen betekent ook dat ik bijdraag aan mijn samenleving. Of – draait het allemaal om macht?

Dazzle them with brilliance or baffle them with bullshit.

Veel plezier!

 

 

Terugblik waarde van het project

 
Kijk hier voor de cijfers van 2014.

Financieel

In totaal heeft Faden 2.0 een kleine 1200 euro (€ 1.170,42) opgehaald. Een aantal kunstwerken is meerdere malen verkocht (maximaal was tien keer) en in waarde gestegen. Het kunstwerk Zonder titel van May-An Go is tweemaal verkocht geweest, namelijk eerst voor 35 euro en daarna voor 50 euro. En Filia’s 4 knopen is zes keer zoveel waard geworden; het is pijlsnel van 25 euro naar 144 euro gegaan. Zo zie je maar: er hoeft maar één keer iemand veel waarde in te zien, en dan heb je gelijk een enorm bedrag.

Ook de opbrengst voor de maatschappelijk relevante organisaties kan zulke sprongen maken: immers, als je 30 euro voor een Fadenkunstwerk betaalt, is er 9 euro voor het goede doel. Als je 144 euro voor een Fadenkunstwerk betaalt, wordt dit al 43,20 euro …enzovoort.

Zelfversterkend effect: Als we deze lijn zouden doortrekken, kun je je al een voorstelling maken van de waardevermeerdering van het project; zowel maatschappelijk (in termen van erkenning) als wat we aan het goede doel konden geven (standaard 30 procent van de opbrengsten) en onze afdracht aan de belasting (bijdrage aan het algemene goed).

Ons doel was aankoop door het Stedelijk Museum. In totaal hebben we 44 kunstwerken, die samen € 1.928,55 waard zijn (dit zijn de huidige prijzen opgeteld). Stel dat het Stedelijk Faden 2.0 aangekocht zou hebben, dan zou dit de minimale prijs van kunstproject Faden 2.0 zijn geweest.

 
Reflectie op ondernemerschap

Er zijn twee Fadenkunstenaars die zelf hun kunstwerk hebben verkocht en de prijs met de koper hebben onderhandeld. De overige werken zijn via Filia gegaan. Wellicht is dit een indicatie over hoe makkelijk het is om die drempel te nemen om je eigen kunstwerk te verkopen.

Is Faden 2.0 geslaagd als onderneming? De lezer mag het zeggen.

 

 

Hoogtepunten Faden 2.0

Click here for all the English blogs in one go, or scroll for English (in blue).

Kunstproject Faden 2.0 is begonnen in april 2012 en eind 2014 hebben we het project afgerond. Twee en een half jaar is niet niks, en we hebben in deze tijd dan ook mooie dingen bereikt. Niet alleen naar eigen zeggen – wij hadden immers nog wel meer willen bereiken, zoals een prachtige expositie in het Stedelijk – maar ook volgens de volgers en deelnemers van Faden 2.0. We zijn erg blij met de vele lovende woorden die we hebben ontvangen en hebben een lijst met hoogtepunten gemaakt.

 
Blauwe (verkochte) kunstwerken.
Keuze van het Fadenteam: we willen deze in het zonnetje zetten, omdat het deze deelnemers gelukt is hun Fadencreaties te verkopen.

Faden. Alleen voor mannen.
“Mooie collage van James Bond-lookalikes.”

Uitgelichte kunstwerken.
Voor de ‘leek’ bleek dit erg leerzaam.

– Evaluatie met Klaas Hoek en Berend Strik.
Het gesprek met professionals dat met interesse is gelezen. “Ik was van de week in het Stedelijk. Er wordt inderdaad nergens verbinding gemaakt met de Amsterdamse (kunstenaars)-samenleving. Het zou leuk zijn om hierover in debat te gaan met de nieuwe directeur.”

Inzoomen.
Deze tekst gaat over waarneming; Filia speelt met kaders en bekijkt de beoordeling van kunst vanuit verschillende hoeken. Het oude “dat kan ik zelf ook/dat kan ik zelf niet” argument komt voorbij en de tekst is kritisch tegenover het (vals) aantrekkelijker maken van kunst. Volgens Frederike ‘gewoon’ een heel kunstinhoudelijk stuk.

In het zonnetje: mijn meiden.
“Verrassend; je ziet niet vaak dat iemand zijn eigen medewerkers… in het zonnetje zet!”

Tyfoon Haiyan.
Niet van “Och wat erg en hier heb je een zak geld”, maar handvaten om kritisch naar het donatieproces te kijken en toch betrokken te blijven.

– Het onderzoek van Frederike.
Faden 2.0 wordt voorzien van een kunsthistorisch kader.

– Het proces van het Stedelijk.
Het stuk van econome Helen Toxopeus, de nieuwsbrief waarin Faden 2.0 openbaar maakt er voor te gaan, de ‘reply all’ fout van het Stedelijk… en uiteindelijk bezocht Bart Rutten (curator van het Stedelijk Museum) de tentoonstelling van Faden 2.0 in studio 35 sous.

Niet voor de kat zijn kerstboom.
“Wat oorspronkelijk een stuk over Stichting Zwerfjongeren Nederland en directeur Hella Masuger zou worden werd een kritisch en heel persoonlijk stuk over opvoeden. Mooi en verrassend.”

Screenplay van Bea de Visser.
“Vond ik erg origineel!”

– Uit Wie doen er mee?
. “Elke Faden heeft een Dochter!”
. “Faden is community-art, die over begrenzing lijkt te gaan, maar in velerlei opzichten juist
   grenzen verkent.”
. “Filia heeft mij de mogelijkheid gegeven om een kunstwerk te maken.”
. “I am taking part because art saves my ass and keeps me out of trouble.”
. “Faden 2.0 is een doelbewuste verkenning van de mogelijkheid een lokale markt te
   scheppen tussen mensen die in elkaars buurt leven en werken.”
. “Ik dacht eerst: Hm – wat moet ik ermee. Maar later kwam ik toch op ideeën.”

– De laatste twee tentoonstellingen, in Kunstruimte Fontrodona en studio 35 sous.
We hebben wat tegenslagen gehad (lees hier en hier), maar de laatste twee tentoonstellingen hebben we als een verademing ervaren. Heel goed om mee te maken dat je werk echt door een plek ‘gedragen’ kan worden.

 

 

Highlights Faden 2.0

Art project Faden 2.0 started in April 2012, and by the end of 2014 we finalised the project. Two and a half years is quite something, and we have achieved great things. Not only according to our own statements – because we would rather have achieved even more, like a wonderful exhibition in the Stedelijk – but also according to the followers and participants of Faden 2.0. We are very pleased with the many words of praise we received, and compiled a list of highlights.

 
– Blue (sold) artworks.
The Faden teams’ choice: we’d like to shine a light on the blue works, because these participants succeeded in selling their Faden-creations.

Faden. Only for men.
“Beautiful collage of James Bond-lookalikes.”

Highlighted artworks.
These turned out to be very informative for the layman.

Evaluation with Klaas Hoek and Berend Strik.
The discussion with professionals that people read with interest. “Last week I visited the Stedelijk. It is true that connections with the Amsterdam (artist)-society are missing. It would be interesting to discuss this with the new director.”

Zooming in.
This text is about perception; Filia plays with frameworks and discusses art-reviewing from different perspectives. The old “I can do that myself / I can’t do that myself” argument comes up and the text takes a critical view to (falsely) making art more appealing. According to Frederike ‘really just’ a very art-substantive text.

In the spotlights: my girls!
“Surprising; you don’t often see someone putting his or her own staff… in the spotlight!”

– Tyfoon Haiyan.
This text goes beyond “Oh what a tragedy, here’s a large sum of money”; instead, it offers pointers to critically look at the donation process and stay involved at the same time.

– The research by Frederike.
Faden 2.0 is being provided with an art-historical framework.

– The process of the Stedelijk.
The text by economist Helen Toxopeus, the newsletter in which Faden 2.0 announces to go for it, the ‘reply all’ mistake by the Stedelijk Museum… and eventually Bart Rutten (curator of the Stedelijk) viewed the Faden 2.0 exhibition at studio 35 sous.

Not for the cat’s Christmas tree.
“What initially was supposed to be a text about Stichting Zwerfjongeren Nederland and director Hella Masuger became a critical and very personal piece about raising children. Beautiful and surprising.”

Screenplay by Bea de Visser.
“I thought this was very original!”

– From Who’s part of Faden 2.0?:
. “Every Faden has a Daughter!”
. “Faden is community-art that seems to be about boundaries, but in many ways actually
   investigates these boundaries.”
. “Filia gave me the opportunity to create an artwork.”
. “I am taking part because art saves my ass and keeps me out of trouble.”
. “Faden 2.0 is a conscious exploration of the possibility to create a local market between
   people that live and work near each other.”
. “At first I thought: Hm – I don’t know what to do with this. But eventually I did come up
   with ideas.”

– The last two exhibitions, in Fontrodona Artspace and studio 35 sous.
We had some misfortunes (read here and here), but we experienced the last two exhibitions as a relief. It’s very good to experience that your work can really be ‘carried’ by a place.

 

 

My first Faden: Norbert Splint bespreekt zijn kunstwerk

Norbert Splint – de eigenaar van studio 35 sous, waar Faden 2.0 met plezier van september tot en met november heeft mogen exposeren – heeft een kunstwerk gemaakt en hier een stukje over geschreven. Je zou kunnen zeggen dat hij in eigen woorden het project nog eens uitlegt, maar tegelijkertijd geeft het een beeld hoe het project door zijn ogen bekeken wordt. Zoals bijvoorbeeld ook door Margriet Kemper en Helen Toxopeus gedaan is.
Daarnaast licht Norbert de beweegredenen voor het maken van zijn (opmerkelijke!) kunstwerk toe.

(Norbert’s tekst hieronder of hier)

 

 

My first Faden – een minimalistische interpretatie van een esthetisch eisenpakket

door Norbert Splint

Toen ik Filia den Hollander voor het eerst ontmoette, raakte ik gelijk gefascineerd door haar kunstproject Faden 2.0. In reactie op uitspraken van toenmalig Staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra probeerde zij kunstenaarschap en ondernemerschap met elkaar te verbinden. Althans: dat was haar uitleg tijdens die eerste ontmoeting. Daartoe, zo ging zij verder, kon eenieder een zgn. Fadenpakket bestellen (prijs: € 17,50) bestaande uit een triplex plankje, vier spijkers en een rood-wit stuk draad (‘Faden’ in het Duits). De bedoeling was de vier spijkers op de hoeken van het plankje te bevestigen en vervolgens met de draad aan de slag te gaan.

En dat was Faden 2.0. Gewoon van de draad een kruis spannen kon, maar ook gehaakt en gebreid werk was toegestaan: de uitdaging zat ‘m in het minimale, aldus de toelichting bij het pakket. Dat laatste sprak mij aan. Kunst is immers niet ‘scheppen’, maar ‘herscheppen’ en daarbij weglaten wat niet bevalt. Zo ging en gaat het in de beeldende kunst, in de architectuur en – helaas – ook in de muziek.

democratisch principe
De vier spijkers en het stuk draad moesten worden gebruikt, dit om ‘esthetische kwaliteit’ te waarborgen – en om ervoor te zorgen dat iedereen op een gelijke manier kon meedoen, aldus nog altijd de toelichting. Voorwaar een democratisch principe. Zou de democratisering van de kunst dan toch ‘reëel existeren’, vier decennia na de jaren ’60? Je zou het bijna gaan geloven.

En nu het toch over ‘geloven’ gaat: dat kunstenaarschap en ondernemerschap met elkaar kunnen worden verbonden, daar geloof ik maar half in. Zeker een autonoom kunstenaar heeft geen boodschap aan het volk, dat toch en masse zijn producten (want dat zijn het dan) moet kopen. Niet voor niets is het motto van de families Brenninkmeijer, Dreesmann en Vroom: ‘Neuk de massa, pak de kassa.’ Overigens heeft het volk ook geen boodschap aan de autonoom kunstenaar, maar die onthulling bewaar ik voor een volgende keer.

Terug naar de praktische uitvoering van het Fadenproject. Wie zijn Fadenpakket binnen had gekregen, kon aan de slag. Was het kunstwerk klaar dan moest het worden geretourneerd naar Filia (postzegels waren bijgesloten), die er een kritische blik op zou werpen. Het moest immers aan de esthetische randvoorwaarden voldoen. Was dat het geval, dan werd het kunstwerk van het plankje afgehaald om terecht te komen op een zgn. Fadenwand: een muur in een galerie of expositieruimte waarop de werken werden vastgezet.

Eventuele kopers konden het daar zien en/of aanschaffen. Het kunstwerk werd daarna met een blauwe draad nagemaakt ten teken dat het was verkocht. Als bleek dat meerdere kopers voor hetzelfde Fadenkunstwerk belangstelling hadden, dan maakte Filia dit na, met een maximum van tien stuks, net als bij grafiek of bij bronzen beeldhouwwerken. Uiteindelijk zou de Fadenwand een levend schilderij worden: rood-wit veranderde in blauw, er verdwenen kunstwerken en er kwamen kunstwerken bij.

ruimte verbijzonderen
Fascinatie moet bij mij praktijk worden. Anders is het een nutteloze emotie geweest, waarvan je later spijt krijgt en gefrustreerd raakt. Op de gracht wonen, een schaatswedstrijd bezoeken, een turbulent amoureus bestaan leiden: het komt allemaal op hetzelfde neer. Ik laat het trouwens bij die drie dingen, anders komen we niet verder.

Ik was in de plezierige omstandigheid Filia een plek te kunnen aanbieden voor een Fadenwand. Het kantoor van mijn tekstbureau CombiTekst bevindt zich immers in studio 35 sous, de leukste werk- en expositieruimte van Amsterdam. Voordat de werkzaamheden konden worden begonnen (een Fadenwand krijg je niet zomaar, daar moet je wel wat voor doen) volgde er een brainstormsessie met Filia. Daarvan heb ik iets belangrijks geleerd. Ruimte hoef je niet perse te creëren, je kunt ‘m ook opheffen. Als ik het goed heb begrepen, noemt Filia dat negatieve ruimte. Een voorbeeld daarvan is het filmnegatief.

Het Fadenkunstwerk – tussen de andere Fadenkunstwerken op de Fadenwand – is in feite een vlak van 18 x 24 cm dat wordt ‘verbijzonderd’. Er komt iets in, op of omheen. Maar niet boven, onder of naast: dat is immers buiten de ruimte. Het bijzondere zit ‘m in hoe de ruimte wordt ingevuld. Of niet. Want hier komt mijn voorkeur voor het minimalistische om de hoek kijken. Zelf bedacht ik namelijk – als deelnemer aan het project en niet als leverancier van de Fadenwand – dat de uiterste consequentie van een minimale invulling van de ruimte moest zijn: het weglaten van de draad.

My first Faden
Maar in de voorwaarden stond dat dit niet mocht: de draad moest worden gebruikt. Niet onterecht: kunst is altijd ingekaderd in iets en anarchistische kunst bestaat niet. Hoe lang (of: hoe kort) de draad moest zijn, werd echter niet vermeld. Het eindresultaat werd in mijn geval: vier spijkers op het vlak, waarvan een (1) met draad omwonden. Zo ontstond My first Faden.

43 - Norbert Splint, Zonder titel
De ruimte is daarmee misschien niet opgeheven, negatief geworden of zelfs maar verbijzonderd; wel is de grens opgezocht van de minimale randvoorwaarden van een kunstproject. Of het aan de esthetische kwaliteitseis voldoet, is een andere vraag en het is niet aan mij om die te beantwoorden. Integendeel: laat dat maar aan Filia over. Of aan het volk.

 

Norbert Splint studeerde moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is tekstschrijver, journalist en eigenaar van tekstbureau CombiTekst en studio 35 sous.

 

 

My first Faden: Norbert Splint talks about his artwork

Norbert Splint – the owner of studio 35 sous, where Faden 2.0 had the pleasure to exhibit from September to November of this year – has made a Faden-artwork and he has written something about it. You could say that he’s explaining the project again in his own words, but at the same time the article shows how the project is viewed through his eyes. Just like Margriet Kemper and Helen Toxopeus who have both written about their perspective on Faden 2.0.
Norbert also explains what drove him to create his (remarkable!) artwork.

(Norbert’s article below or here)

 

 

My first Faden – a minimalistic interpretation of aesthetic requirements

by Norbert Splint

When I met Filia den Hollander for the first time, I got fascinated by her art project Faden 2.0. In reaction to the statements by then State Secretary for Culture Halbe Zijlsta, Filia tried to join artistry and entrepreneurship. At least: that was her explanation during our first encounter. For that, she continued, anybody could order a so called Faden-kit (price: € 17,50) consisting of a triplex plate, four nails and a red-and-white thread (‘Faden’ in German). The point was to attach the nails to the corners of the plate, and then start creating with the thread.

And that was Faden 2.0. Possibilities ranged from using the thread to make a simple cross to crochet and knitted work: according to the explanation in the kit, the challenge was in the minimal. That appealed to me. After all, Art is not ‘creating’, but ‘re-creating’ and leaving out what doesn’t please you. That’s the way it goes in visual arts, in architecture and – unfortunately – also in music.

democratic principle
The four nails and the piece of thread must be used, to guarantee the ‘aesthetic quality’ – and to make sure that anybody could participate in an equal way; once again, according to the explanation. Truly a democratic principle. Has the democratisation of the arts become an actual reality, four decades after the sixties? You’d almost start to believe it.

And since we are talking about ‘believing’: I only partially believe in connecting artistry and entrepreneurship. Especially an autonomous artist refuses to have anything to do with the people, who still have to buy his products (because that’s what they are) en masse. There is a reason ‘Fuck the masse, grab the cash’ is the motto of the families Brenninkmeijer, Dreesmann and Vroom (the founders of Dutch chains of department stores C&A and V&D). Besides, the people also refuse to have anything to do with the autonomous artist, but that’s something I’m saving for next time.

Back to the practical execution of the Faden-project. Once you had received your Faden-kit, you could get started right away. When the artwork was finished it had to be returned to Filia (stamps were included), who would take a critical look at it. After all, it had to meet the aesthetic requirements. When that was the case, the artwork was taken off the plate to end up on a so called Faden-wall: a wall in a gallery or exhibition space on which the works would be shown.

Possible buyers could view and/or purchase it there. Next, the artwork was re-created with a blue thread as a sign that it was sold. If it turned out that multiple buyers were interested in the same Faden-artwork, Filia made a reproduction, with a maximum of ten copies, just like printmaking or bronze sculptures. Eventually the Faden-wall would turn into a living painting: red-and-white changed to blue, artworks were added, and artworks disappeared.

particularizing space
For me fascination has to become practice. Otherwise it’s been a useless emotion, that you will regret later and will frustrate you. Living by the canal in Amsterdam, visiting a speed skating match, living a turbulent amorous existence: it all comes down to the same thing. I will stop with those three, otherwise we won’t get far.

I was in the pleasant circumstance to offer Filia a place for a Faden-wall. The office of my copywriting agency CombiTekst is located in studio 35 sous, the most exciting work- and exhibition space in Amsterdam. Before the activities could get started (a Faden-wall doesn’t appear out of nowhere, you have to do something for it) a brainstorm session with Filia took place. I learned something important from that session. You don’t necessarily have to create space, you can also revoke it. If I understood correctly, Filia calls this negative space. An example of that is the film negative.

The Faden-artwork – between the other Faden-artworks on the Faden-wall – is in fact a surface of 18 x 24 cm that is being ‘particularized’. Something is placed in, on or around it. But not above, under or next to: after all, that is outside the space. The particular is in how the space is being filled in. Or not. Here’s where my preference for the minimalistic comes in. Personally I thought – as participant of the project and not as supplier of the Faden-wall – that the utmost consequence of a minimal filling in of the space would be: to leave out the thread.

My first Faden
But in the requirements was stated that this was not allowed: the thread had to be used. Not unfair: art is always framed in some way and anarchistic art doesn’t exist. How long (or: how short) the thread had to be, wasn’t mentioned however. The result in my case was: four nails on the plate, of which one (1) wrapped with thread. That’s how My first Faden came to be.

43 - Norbert Splint, Untitled
With that, the space may not be revoked, negative or even a bit particularized; but I had challenged the boundaries of the minimalistic requirements of an art project. If it meets the aesthetic quality requirement is another question, and not up to me to answer. On the contrary: leave it up to Filia. Or the people.

 

Norbert Splint studied modern Dutch Literature at the University of Amsterdam. He is copywriter, journalist and owns copywriting agency CombiTekst and studio 35 sous.

 

 

Stedelijk zegt Nee

00-Filia_den_Hollander-Faden_uitgangspunt_640x400

We hebben twee curatoren van het Stedelijk Museum een email gezonden en voorgesteld om de collectie van Faden 2.0 op te nemen in het Stedelijk Museum. Het lijkt ons mooi, zo schreven we, als het Stedelijk, in het multinationale Amsterdam, met ons zichtbaar maakt dat door het brede scala aan Faden 2.0-deelnemers soms kunst uit de buik van de samenleving komt en ‘slechts’ een (rood-wit) draadje nodig heeft.

Conservator Bart Rutten (sinds 1 november Hoofd Collecties) heeft gereageerd en heeft de tentoonstelling in studio 35 sous bezocht. Hij mailde zijn bevindingen dezelfde dag nog. Hij gaf aan, Faden 2.0 aandachtig te hebben bekeken, maar dat het project te ver af staat van het tentoonstelbeleid van het Stedelijk Museum. Tevens vond Rutten “De variëteit in toepassingen van de minimale middelen: draad en spijkers is aanstekelijk en in zekere zin ontwapenend, maar mist voor mij diepgang”.

Wij van Fadenteam zagen reden tot knorren: “diepgang” van een variëteit vragen is een onmogelijkheid.

We hadden graag gezien dat Faden 2.0 iets van een voet in de deur kreeg – misschien niet eens zozeer voor onszelf maar wel voor kunstenaars en kunstprojecten in de toekomst. Echter, ook de correspondentie die volgde maakte duidelijk dat het Stedelijk Museum stevig de poorten gesloten houdt en voornamelijk aan een houding van “don’t call us, we’ll call you” vasthoudt.

Wellicht was van een dedainistisch onderling “Oh wie schrijft dit even af?” naar “Ja, laten we samenwerken!” wat veel gevraagd. In die zin zien we Rutten’s bezoek aan studio 35 sous en berichtgeving over Faden 2.0 vooral als een bemiddeling.

Dus toch een voet in de deur?

Hm.

 

 

Stedelijk says No

00-Filia_den_Hollander-Faden_uitgangspunt_640x400

We’ve sent an email to two of the Stedelijk Museums’ curators, and proposed to incorporate the collection of Faden 2.0 in the Stedelijk. We wrote that it would seem wonderful to us if together with the Stedelijk, in a multinational Amsterdam, we could visualize that art, with the broad range of Faden 2.0-participants, can sometimes come from the underbelly of society and all it needs is a (red-and-white) thread.

Curator Bart Rutten (Head of Collections since November 1st) responded and visited the exhibition in studio 35 sous. He emailed his conclusions the same day. He indicated that he took a careful look at Faden 2.0, but that the project didn’t fit the exhibition policy of the Stedelijk Museum. Rutten also stated: “The variety in uses of the minimal resources: thread and nails, is compelling and in a certain way disarming, but is, in my opinion, lacking depth”.

We of the Faden-team felt like grumbling: asking “depth” of a variety is impossible.

We would have liked to see Faden 2.0 gain some foothold – maybe not even so much for ourselves, but for the artists and art projects in the future. However, the correspondence that followed made clear that the Stedelijk Museum keeps their gates firmly locked and, for the most part, holds on to a “don’t call us, we’ll call you” attitude.

Going from a disdainful, bilateral “Who will write this off?” to “Yes, let’s work together!” may have been a bit much to ask. In that sense we see Rutten’s visit to studio 35 sous and coverage of Faden 2.0 mainly as mediation.

So a foot in the door after all?

Hm.